zondag 29 mei 2011

On 'literally' and irony

On literally:
"Since the early 20th century, literally has been widely used as an intensifier meaning “in effect, virtually,” a sense that contradicts the earlier meaning “actually, without exaggeration”: The senator was literally buried alive in the Iowa primaries. The parties were literally trading horses in an effort to reach a compromise. The use is often criticized; nevertheless, it appears in all but the most carefully edited writing. Although this use of literally irritates some, it probably neither distorts nor enhances the intended meaning of the sentences in which it occurs. The same might often be said of the use of literally in its earlier sense “actually”: The garrison was literally wiped out: no one survived."
And:
"usage The use of literally as an intensifier is common, esp in informal contexts. In some cases, it provides emphasis without adding to the meaning: the house was literally only five minutes walk away. Often, however, its use results in absurdity: the news was literally an eye-opener to me. It is therefore best avoided in formal contexts"
http://dictionary.reference.com/browse/literally

I don't use 'literally' as an intensifier, but you can't really call it wrong when someone does.

On irony:
"1. the humorous or mildly sarcastic use of words to imply the opposite of what they normally mean
2. an instance of this, used to draw attention to some incongruity or irrationality
3. incongruity between what is expected to be and what actually is, or a situation or result showing such incongruity"
http://dictionary.reference.com/browse/irony

So not the whole situation or what is said has to be the opposite of what is expected. Many coincidences can therefor be ironic, though maybe only to some. Like rain on your wedding day.

Inspired by this rage comic: http://www.reddit.com/tb/hmu6v. And many internet grammar nazi's <3.

maandag 16 mei 2011

Twee Test Extra festivals

Mijn indrukken van de laatste twee Test Extra festivals. Test Extra is een festival voor performance art, dat vier of vijf keer per jaar wordt georganiseerd door het Nutshuis, in Den Haag. Ik beschrijf alleen de performances die ik gezien heb.

Test Extra, buiten editie, in combinatie met Hoogtij, 18 februari 2011
Dit festival is in combinatie met het Hoogtij festival (“de culturele rondgang van Den Haag”). De performances vinden plaats op verschillende locaties in Den Haag. Bij dit festival ben ik vrijwilliger, wat inhoudt dat ik bij de performances sta om informatie te verstrekken (onder andere door programmaatjes uit te delen) en te voorkomen dat mensen het optreden eventueel verstoren. Het programma en de officiële beschrijving van deze avond kun je hier vinden.

Conversations, Thijs Elich
Lokatie: Restaurant Harvest, Sint Jacobstraat 1
Thijs geeft in zijn korte rookpauze bij mij aan dat hij het moeilijk vindt zijn performance te doen als er geen publiek is. Daarna doe ik, als vrijwilliger, extra mijn best publiek te trekken. Mensen die nieuwsgierig opzij kijken, of maar even blijven staan, probeer ik bij de voorstelling te betrekken en uit te dagen door te zeggen dat dit nu kunst is.
Voor zijn performance zit Thijs aan een tafel, bij het raam, in een Chinees restaurant. Vóór zich heeft hij een theepot en een kopje alsmede een berg opgefrommelde, papieren servetjes. De voorstelling bestaat eruit dat Thijs een kopje thee inschenkt en dat langzaam naar zijn mond brengt. Voordat hij echter een slok kan nemen, bevriest hij in de beweging en blijft hij een tijd ingespannen zitten, terwijl zijn arm begint te trillen en het beeld zo verontrustender wordt. Dan zet hij het kopje weer neer en veegt hij zijn mond af met één van de servetjes.
Buiten het restaurant hoort de toeschouwer een stemmige compositie van vervormde conversaties en Chinese citermuziek. Met het beeld van Thijs erbij lijkt de muziek echter wat grimmiger. Binnen in het restaurant is de muziek niet te horen. Restaurantbezoekers komen bij weggaan en rookpauzes daarom voor de zekerheid aan me vragen of er een voorstelling bezig is.
De performance doet het aardig goed bij het publiek, waarschijnlijk zo goed als je mag verwachten van zo’n minimalistische act. Verscheidene groepjes mensen blijven 10 minuten of een kwartier staan, op veilige afstand van het raam. Eén meisje komt, na de performance eerder al even bekeken te hebben, terug met vriendinnen. Ze vindt de voorstelling ‘supergaaf’.
Een Marokkaanse jongen die even blijft staan, geeft aan dat hij ook kunstenaar wil worden om zo veel geld te verdienen. De fotograaf van het festival legt uit dat kunstenaar zijn geen vetpot is. Als de jongen aangeeft goed te kunnen tekenen, adviseer ik hem zijn werk ter expositie voor te leggen aan het Nutshuis.

U ziet uzelf, Roberta Petzoldt
Lokatie: Albert Heijn, Spui 34
Voor haar performance is Roberta gekleed in een mantelpakje. Vlak bij de uitgang van de Albert Heijn, vóór de kassa’s staat ze op een tafel poëzie voor te dragen over de intercom. Haar teksten lijken erop gericht het winkelend publiek uit hun normale routine te halen en ze, idealiter, ergens anders heen te voeren.
Het uitvoeren van haar performance blijkt een heel gedoe. Roberta heeft haar act geoefend in een Albert Heijn in Amsterdam. Daar bleef de intercom één minuut openstaan en in deze supermarkt blijkt dat maar iets langer te zijn dan 20 seconden. Daarom moet Roberta haar voorgelezen tekstjes gedurende de avond opsplitsen in kortere soundbites.
Grotendeels heeft het winkelend publiek niet door dat er een performance bezig is, maar wellicht dat ze er toch onbewust door beïnvloed worden. Als ze doorkrijgen dat er iets aan de hand is, dan blijven ze even staan kijken. In ieder geval gebeurt dat als ze in de rij voor de kassa staan te wachten.
Eén jongen verkondigt bij de kassa luid dat hij ‘nóóit meer in deze Albert Heijn zijn boodschappen zal doen’ (wel als de performance net voorbij is). Zijn vriendin wijst hem terecht, maar ik vind het eigenlijk wel een leuke toevoeging aan de performance.

Stories for ocean shells, Kate Moore
Lokatie: HTM Halte Spui (op de overloop halverwege de tram en de buitenlucht)
Het meest indrukwekkende aan de performance van Kate Moore vind ik misschien nog de akoestiek die het HTM-station blijkt te hebben. Kate speelt een melodie van langgerekte noten op haar cello. Opnames van dezelfde melodie (als ik het goed heb) laat ze horen over meerdere, onafhankelijk aangestuurde boxen, die verspreid staan over grote afstand. Het station galmt er zo op los: ik hoor de uitvoering al ver voordat ik het station inloop en hij schijnt ook te horen te zijn in het station aan de Grote Markt, een halte verderop.
Ik sta pas laat bij deze uitvoering; er komt niet meer heel veel publiek langs. Maar de mensen die langskomen zijn wel gefascineerd. Zelf vraag ik me wel af of men niet denkt dat er ‘slechts’ een straatmuzikant aan het optreden is.
Er komt op gegeven moment een grote groep zeer net geklede mensen langs. Ze lijken allemaal haast te hebben de tram te halen. Slechts twee blijven even staan om te kijken. Bij navraag blijkt de groep te komen van het klassieke concert in de Anton Philipszaal.

Test Extra: Eén, 19 november 2010
Het programma en de officiële beschrijving van deze avond zijn hier te vinden.
Deze avond staat in het teken van één-op-één uitvoeringen. Eigenlijk vind ik dat wel eng omdat ik verwacht dat je onderdeel van de performance wordt, en je het dan misschien verkeerd kunt doen. Maar gelukkig ga je dan maar af voor een klein publiek. Ook geeft die spanning een extra dimensie aan het geheel. Hoe de avond georganiseerd is, blijkt ook wat toe te voegen. Tussen de voorstellingen door word ik meegenomen door vrijwilligers die me ofwel neerzetten bij de volgende voorstelling, danwel in de bar beneden in het Nutshuis. Dit verhoogt de spanning voor wat komen gaat en je hebt af en toe de gelegenheid bij te kletsen met andere toeschouwers.

Ik weet niet meer hoe de eerste performance heet waar ik naartoe word gebracht. Kijkend naar het programma is het waarschijnlijk ‘Public or Private’, van Leander Haaitsma. Het blijkt een klein avontuur. Ik kom binnen in een bijna lege ruimte. Halverwege, bij het raam, staat een paneel met daarnaast een bord met het morsealfabet en een tekst, die blijkbaar doorgeseind moet worden. Kijkend uit het raam zie ik dat er een ontvanger voor de boodschap is, een eindje verderop, naast de oude kerk. Hij maakt zich kenbaar door te knipperen met een zaklamp. Op het paneel zit een knop en daarmee kan ik antwoorden. De knop doet heel de ruimte verlichten. De boodschap die ik doorgeef kan zo door oplettende voorbijgangers gezien worden (die ik zelf overigens niet zie, omdat ik me op de eerste verdieping bevind). Een leuke opdracht.
De tweede performance is ‘Look at you 04’, van Sara Vrugt. Een indruk van deze voorstelling is hier te zien. De beschrijving bij die video komt goed overeen met mijn indruk. Het gevoel dat bij me werd opgewekt, werd versterkt door een tekst die door iemand buiten de performance werd voorgelezen. Van die tekst kan ik me alleen nog een flard herinneren: ‘ik kijk naar jou, jij kijkt naar mij’.
In eerste instantie vind ik de performance doodeng, om reden die ik eerder noemde: de performer kijkt net zozeer naar jou, als andersom. Omdat er zich een vitrage tussen ons in bevindt, wordt het echter weer niet te intiem.
Omdat ik probeer te doorgronden of de voorstelling inhoudt dat Sara een levende spiegel speelt, zwaai ik naar haar (zoals te zien in de video). En ik lach naar haar, waarna ze heel lief teruglacht en ik een soort associatie heb dat zij een moeder is, die boven me staat terwijl ik in de wieg lig. Misschien komt dat ook door de vitrage tussen ons in of omdat ik me zo hulpeloos voel, in mijn rol van performer die niet weet wat van hem verwacht wordt. Al met al vond ik de voorstelling erg mooi.
Daarna zie ik Gradus van Kate Moore. De performance is een trappenhuis met twee boxen waar muziek uitkomt. Na een paar keer de trap op en neer gelopen te hebben, concludeer ik dat dat inderdaad alles is en kan ik halverwege gaan zitten om naar de ontspannende, repetitieve muziek te luisteren en een tijdje voor me uit te dromen en in half-meditatieve toestand te geraken.
Voor de laatste performance word ik ontvangen door Roberta Petzoldt (als ik het goed heb), in mantelpak. Ze laat me de zaal binnen en ik ga zitten aan de vergadertafel. Ze schrijft mijn naam op de flip-over die in de hoek staat. Ik verwacht dat ik een sollicitatiegesprek ga krijgen, maar dan begint ze te springen tot al haar kleren afvliegen (op haar ondergoed na). Vervolgens loopt ze naar de hoek van de zaal, maakt daar een bed op, kruipt erin, doet een nachtlichtje in het stopcontact (waar ze eerst nog mijn naam op schrijft) en doet het licht in de zaal uit. Ze vraagt of ik zachtjes doe. Ik sta op en verlaat de zaal. Vlak voordat ik de deur achter me sluit, vraagt ze nog een keer of ik zachtjes doe.