donderdag 20 december 2012

In de stiltecoupé (deel 2)

Het is 17.30 uur als ik de stiltecoupé mee binnenstroom.
De instappers en al-zittenden maken geluid, ook met hun mond. Er zijn, maar liefst, twee bellers.
Ik ga zitten en de trein vertrekt.
Het geluid verstomt. Behalve dat van de bellers: die bellen door.
De beller schuin tegenover me, in de vierzitsconfiguratie waarin ik mij bevind, rondt af. 
De beller recht achter me begint met uitwisselen van recepten.
Ik wacht gemaakt rustig op het moment dat mijn frustatie het wint van mijn (en niet alleen mijn) gekozen inactiviteit. Het moment, ook, waarna het een beetje gek wordt dat ik tot dan toe niks heb gezegd.
Dat moment komt snel.
Ik veer op en draai me om en voeg de jongedame toe: 'mevrouw, dit is een stiltecoupé', terwijl ik wijs naar de sticker op het raam, die voor mij, in stilte, herhaalt: 'SILENCE [Ƨ] STILTE'.
'Ooh!,' zegt de jongedame en rondt haar gesprek onmiddellijk af.
Daarna buigt ze zich naar voren en verontschuldigt: 'oh, wat erg. Ik wist het niet. Niemand zei ook iets.'
'Nou, bij deze dan,' antwoord ik, niet onbeleefd.

vrijdag 15 juni 2012

Mijn mening over Nederlands voetbal


Ik heb nog nooit zo'n criminele sportieve vertoning gezien als het Nederlands voetbalspel op het vorige WK. Er was geen liefde voor het voetbalspel of sport in het algemeen.
Nederlanders zijn arrogant en eisen winst op als een soort natuurlijk recht (dat doen zowel de spelers, die natuurlijk verwende kinderen zijn, als de meeste kijkers).
Er is geen saamhorigheid tijdens EK's en WK's, alleen een gemakkelijk legitimatie voor het bouwen van een feestje. Een Nederlands feestje is een asociale bedoening: het is veel roepen en toeteren op straat zonder rekening houden met anderen.

En daarom was het makkelijk al tijdens de voorbeschouwing van Nederland - Duitsland af te haken. Nadat ik had gezien: een analist die zei dat Van der Vaart beter is dan de sterspeler van Duitsland, wat me erg sterk lijkt, hoewel ik nooit voetbal kijk; en een Van der Vaart (denk ik, die ene met zijn rugnummer op zijn arm getatoeëerd) die erg boos was omdat hij niet water had gekregen voordat hij erom gevraagd had.

woensdag 6 juni 2012

Game of Thrones in de lokale politiek

Voor mijn bemoeienissen met de Haagsche politiek en GroenLinks, probeer ik mij zoveel mogelijk te laten inspireren door de tv- (en boeken-) serie Game of Thrones.
Ik volg nu een cursus lokale politiek. Eén van de mede-cursisten zei mij dat ze vond dat een gemeenteraadslid maar weinig in de pap te brokkelen heeft, vergeleken met bijvoorbeeld een ambtenaar. Ik antwoordde dat ik dat niet erg vind: het is immers allemaal maar toneelspel.
Verder probeer ik te werken aan mijn Varys-status. Zo onthulde ik raadslid Inge, zomaar tussen neus en lippen door, dat ik wist dat de fractie over mij geroddeld had tijdens het vorige fractieoverleg: één van mijn 'little birds' had mij dat ingefluisterd. Inge was er even sprakeloos van (toegegeven: eigenlijk omdat ze zo snel niet wist waar ik het over had).

zaterdag 17 maart 2012

W

Gister met een hyperextravert meisje van middelbare leeftijd, 'W', afgesproken bij de Boterwaag.
Als je buiten bij de Boterwaag zit wordt je altijd overspoeld met bedelaars. Ik wil daar in principe niks aan geven. Ik vind het ongepast om mij zo voor het blok te zetten, ik vind geven zielig voor de bedelaars die niet zo brutaal zijn.
Bedelaar nummer één had ik dus weggestuurd. Met bedelaar twee knoopte W een gesprek aan. Bedelaar twee was dat ene vrouwtje met een turquoise hoofddoekje. W vroeg haar of ze ook uit het noorden kwam, want dat hoorde ze aan haar accent. W komt ook uit het noorden, vertelde ze (eigenlijk uit Drente). Daarna filosofeerde W tegen de bedelaarster en mij over of ze nu wel of niet moest geven. 'Ja, want dan heb ik vanavond een slaapplaats', was het antwoord in een dik noordnederlands accent. 'Ja, maar op de langer termijn helpt het je misschien juist niet', verduidelijkte W.
Hier schaamde ik mij inmiddels dood, dus ik gaf de bedelaarster 50 cent, W gaf nog meer kleingeld.
De plaatsvervangende schaamte bleek onterecht. De noordelijke bedelaarster nam afscheid en deelde ons mede dat zij ook wel van een gesprekje hield en ze vertrouwde mij toe dat ik 'daar een leuk vrouwtje had'.
Aan de bedelaarster die een half uur later verscheen, een piepklein, krom, oosters vrouwtje, probeerde W uit te leggen dat ze leek op een figuur uit de sprookjes die ze haar dochter voorleest ('op een heks' zei ze nog net niet). Die bedelaarster gaf ik dus ook prompt wat kleingeld. Voordat dat gesprek nog interessanter werd, veegde het personeel het vrouwtje van het terras af.